Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
VKOUWENROKKEN.
Vrouwenrokken worden verdeeld in onder- en bovenrokken.
De eerste worden gemaakt van keper, molton, molton piqué,
Hanel, baai, bever en vilt. Zij kunnen recht of gegeerd zijn.
Vroeger gebruikte men voor eenen rechten onderrok 3 lappen,
die elk de lengte hadden van den rok en banen heeten. Nu
men niet zulke wijde rokken draagt, kan men met 2'/2 baan
even goed toekomen. De stof, die (als het wit goed is) voor
het maken van eenen onderrok gebezigd wordt, is 80 a 85
cM. breed. Voor de lengte van eenen rok bezigt men 85 a
90 cM. Heeft men 2V2 baan, dan wordt de halve baan
voorbaan, en komt er een naad acliter midden in den rok.
De 2 naden, die de zelfkanten verbinden, zijn stiknaden, ter
breedte van 1 cM. De uaad, die den rafel van de halve
baan aan den zelfkant van een geheele baan verbindt, is
een Engelsche naad. Van onderen wordt de rok gezoomd
ter breedte van 5 tot 10 cM. 3Ien kan dezen zoom met
veterband boorden, of er aan de binnenzijde koord tegen
naaien. Dit doet men om het spoedig doorslijten van den
zoom te voorkomen. Van boven komt er een band of een
breede boord op den rok, doch in den naad van de achter-
baan komt een split van 30 cM. ongeveer. Dit split kan
worden gezoomd, of geheel met lint worden belegd. De band
is 4 tot 6 cM. breed (dubbele breedte) en 65 tot 70 cM.
wijd. Om dezen op den rok te zoomen, wordt hij in de wijdte
eerst in tweeën gevouwen. Het midden van den band wordt
op het midden van de voorbaan van den rok gespeld. Om te
voorkomen, dat de rok niet onder de taille met plooien op-
trekt, wordt de voorbaan een weinig, 2 of 3 cM., uitgehold
tot op de zijbanen op niets uitloopend. Aan beide zijden van
die speld laat men 10 glad. De ruimte, die nu nog in
den halven rok over is, moet ingehaald worden tot zij de
wijdte heeft van den hal ven band, min 10 cM. Men kan de
ingehaulde ruimte gelijkelijk over de bepaalde wijdte ver-
De Visser & Top, Nuttiqe Handw. 3e clnik. 4