Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
Fig 55.
cn dan den pijpnaad. In het kruis moeten de naden van
de voor- en achterhelft niet op elkander, maar naast elkan-
der worden gelegd, omdat anders de plaats, waar de naden
te zanien komen , te dik is. Wordt de broek met rolnaden
genaaid, dan wordt de pijpnaad gestikt op de zijde van
de voorhelft en gerold naar de zjjde van de achterhelft.
Het split op zjjde wordt dan smal gezoomd eu voor de sterkte
in het hoekje van een neusje van lint voorzien. Hiertoe
neemt men een stukje lint van 15 cM., vormt dit in tweeën
en naait van de vouw afgemeten het lint aan eene zijde van
den zelfkant 2 cM. dicht, daarna keert men het om, tenge-
volge waarvan men een lintje van nevensgaanden vorm ver-
krijgt: (I h overhandsche naad; r. h d hoekje van dubbel lint.
Zie fig. 55.
Het hoekpunt !> van het lintje wordt zoo-
ver onder het hoekje van den zoom aan den
binnenkant van het split gelegd, dat het punt
u juist het hoekpunt van den zoom bedekt.
Het lint wordt nu langs den kant van het
zoompje gelegd en er plat op gezoomd, lu
plaats vau enkel het onderste gedeelte van
het vooraf gezoomde split met lint te beleg-
gen, kan men ook het geheele split van lint
voorzien, doch dan wordt de stof langs het
split iiiet tweemaal ingeslagen zooals voor
eenen zoom noodig is, maar eens. Het splitje
aan den onderkant der broek in de pijp geknipt, wordt
meestal met lint belegd en zelden gezoomd. Wordt de ruimte
in de voorklep door plooitjes weggenomen, dan liggen deze
op 12 of 15 cM. afstand van den middennaad. In de achter-
klep is de ruimte van de plooitjes tot aan het split even
groot als in de voorklep van den middennaad tot aan de
plooitjes. Het garen waarmede men keper of molton onder-
broeken naait, is van No. 50 ; bovenbroeken kunnen met
garen 60 of 70 worden genaaid.