Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
met reepeii belegd, dan kau men liet op het lintje aan den
binnenkant merken. Borduurt men het hemd, dan plaatst
men de letters onder het belegstuk op den besten kant van
het hemd.
Zij worden genaaid met Brook's naaigaren no. 60 of 70.
Vrouwenbroeken.
Voor eene vrouwenbroek heeft men 1,70 M. tot 1,80 M.
stof noodig van 0,85 M. breedte. Deze lap wordt in de lengte
in twee gelijke deelen verdeeld. Elk deel is dan eene pijp
der broek. Het eerst moet het kruispunt bepaald worden; dit
ligt op de helft van de lengte der pijp, of op van de
lengte boven de helft. Ligt het op '/l i boven de helft, dan
wordt de broek van achteren verlengd door er een dwarsstukje
op te zetten. De pijp blijft van onderen '^z, der stofbreedte
wijd en wordt van het kruis af eerst in eene holle, daarna
in eene rechte lijn afgeknipt. Van de boven voorhelft wordt
'/s der halve stofbreede in eene schuine lijn afgenomen.
Hiervan wordt '/12 der lengte dwars afgeknipt en van het
split tot aan het midden der achterhelft in eene schuine lijn
opgeknipt. Het '/,2 gedeelte, dat van de voorklep van de
broek wordt afgenomen , wordt niet altijd over de geheele
breedte van dat voorste gedeelte in eene rechte lijn afge-
nomen. .Uen neemt soms bij den voornaad gemeten '/,,der
lengte en knipt dan in eene schuine lijn tot aan den achter-
naad het stukje er af. Bij het split is dan minder dan
afgenomen, zoodat de broek daar minder aftrekt Van de nu
overgebleven lengte is het split liet > gedeelte (Zie fig. 53, 54)
(I b lijn van de voorklep; O c lijn van de achterklep. De
achterklep is met den driehoek h c d verhoogd. Zie fig. 54.
Dit driehoekje is genomen uit het uitknipsel van de voorklep
en is 8 a 10 cM. hoog. De stukken, die uit de pijpen vallen,
worden gebruikt voor boorden. Elke boord is 35 : 40 cM.