Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Naar de lengte, die men meet van den schouder tot even
onder de knie, berekent men alle onderdeden. Wenscht men
een hemdje van 72 cM. lengte te maken, dan moet de wijdte
van onderen '/g van die lengte zijn (63 cM.) üe wijdte van
boven moet of de helft, of van die lengte bedragen (86
of 45 cM.) De wijdte van het armsgat is van de lengte
van het hemd (18 cM.), waarvan Vs voor het oksel (6 cM.)
en ^/s voor de halve wijdte van den mouw (12 cM.) Voor
de lengte van den mouw neemt men (Vf of V,;) van de lengte
van het hemd (14 of 12 cM.) Daar men uit een dubbel-
geslagen lap moet knippen, heeft men een stnk stof noodig,
dat tweemaal de lengte van het hemd heeft. Daarbij moeten
nog de mouwen gevoegd worden, waarvoor men '/'loof'/,2
van de geheele lengte van den lap noodig heeft. De lengte-
van de lap voor het geheele hemdje benoodigd bedraagt dus
2 X 72 + 14 of 12 cM. = 158 of 156 cM.
Het verschil in modellen van hemden bestaat behalve in
de geeren, ook in de mouwen en halzen. De mouwen zijn
gewoon met oksel, rond, of ook wel eenigszins schelpvormig,
d. w, z. van boven tot den schouder heel smal bijloopende,
waar zjj met knoop en knoopsgat worden gesloten en onder
den arm wat breeder, doch niet breeder dan 10 cM. De
mouwen worden, als zij niet rond van vorm zijn en bij een'
lagen hals uit het uitsnijdsel van den hals geknipt kunnen
worden, afzonderlijk berekend. Twee mouwen kunnen uit
eene breedte van 85 cM. genomen worden.
Eene gewone mouw is 17 cM. lang en 42of 84
cM. wijd. De oksel is 12 cM. in het vierkant, hij kan uit
het uitknipsel van den hals genomen worden en mouw en
oksel zijn dubbel gevouwen zoo groot als V4 van de lengte
van het hemd bedraagt. Zie fig. 45 en 46.
llonde mouwen zijn zelden langer dan 7 of 10 cM. Men
heeft daarvoor eenen lap noodig van 58 cM. lengte en 10
cM. breedte. Deze lap wordt in de lengte dubbel gevouwen
en op de volgende wijze geknipt:
3 *