Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
geeren tot den oksel, De tweede soort, of' halve geeren ge-
noemd , blijft onverdeeld.
Gebruikt men aangezette geeren , dan is de stof 70 cM.
breed; het hemd is nu van boven wijd genoeg, doch van
onderen te nauw. Om het wijder te maken, neemt men
eenen afzonderlijken lap voor de geeren, die zoo lang is,
als het hemd (116,5 tot 120 cM.) en die ook 70 cM. breed
is. Deze lap wordt in de breedte in 4 rechthoeken ver-
deeld, elk van 17,5 cJl. breed en 116,5 cW. lang. Elke
rechthoek wordt langs den diagonaal in 2 driehoeken ver-
deeld en elke driehoek is eene geer voor het hemd. Zie
Fig. 40, 41.
Fig. 40.
H6,5 c.jvr.
Uit dezen eenen lap krijgt men dus 8 geeren. Van deze
geeren worden 2 met eenen overhandschen naad en 3 met
rolnaden aan 2 hemden bevestigd. De verhouding van lengte
en breedte wordt uitgedrukt door de getallen 7 : 12, want
70 : 120 = 7 : 12.
Is de stof 85 cM. breed , dan gebruikt men geer in geer uit.
Geer in geer uit is die geer , welke aan de eene zijde van
den romp wordt afgeknipt en aan den anderen kant wordt