Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
deeleu als: halve mouweii, voorstukken, zijpaudjes, halve
ruggen, enz. op elkander, zoodat er weinig schadelijke stukjes
uitvallen.
II. De lengte van het kleedingstuk moet langs den zelf-
kant geknipt worden; hierop maken eene uitzondering boor-
den en schouders, die voor de sterkte dwars worden genomen.
III. Knip gebloemd goed zóó, dat de steeltjes van de
bloemen altijd naar beueden loopen eu stoften , waarin een
patroontje geweven is, zoodanig, dat waar het voorwerp ge-
naaid wordt, het patroon zoo weinig mogelijk wordt verbroken.
Knippen is het naar verhouding, of naar bepaalde maten
verdeelen der stof, of vormen geven aan deelen van stof,
zoodanig dat deze gevormde deelen tot een goed geheel
samengevoegd kunnen worden.
Ondergoed kan naar maat of naar verhouding worden ge-
knipt; bovenkleederen als japonnen, mantels eu ondertailles
kunuen het best naar maat worden gemaakt. Menigmaal
werd op een examen te knippen opgegeven: het een of
ander kleedingstuk op '/s of 'U te verkleinen. Langzamer-
hand heeft men ingezien dat deze opgave niet practisch is
voor de school, noch voor het dagelijksch leven. Een klee-
dingstuk verkleind is geen passend kinderkleedingstuk,
daarom is het naknippeu van een bepaald model, of het
uitknippen van een patroon uit een journaal veel beter.
KXIl'PEN VAN HEMDEN.
Hij het knippen van hemden heett men rekening te houden
met de breedte der stof en het model vau het hemd. De
modellen vau hemden verschillen in geeren, halzen en mou-
wen ; de stof is 70,85 of 100 cM. breed.
De geeren worden onderscheiden in lange en korte geeren.
De eerste soort wordt weer verdeeld in aangezette-, aange-
knipte geeren en geer in geer uit, of geer af en aan , deze
laatste verdeelt men weer in geeren tot den schouder en