Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Men kan ook eene willekeurige lijn b. v. A B fig. 37, als basis
of grondlijn van den driehoek aannemen. Dan beschrijft men
uit de punten A en B met eenen straal gelijk aan de lengte
van de lijn A B cirkelbogen, die elkander in punt C snijden.
Daarna vereenigt men punt C met de uiteinden A en B van
de lijn en de gelijkzijdige driehoek A B C is geconstrueerd.
Maakt men dezen driehoek van papier volgens do ge-
wenschte grootte , dan kan men den papieren driehoek op
het goed leggen en langs de zijden van den driehoek de stof
uitknippen Bij het verstellen zorge men, dat men de hoeken
aan den basis bij het inknippen juist midden door deelt,
anders is de inslag te
breed of te smal.
Om een regelmatigen
vijfhoek te kunnen ver-
stellen, trekt men een
cirkel, zie fig. 38,
waarin de horizontale
middellijn A B eu op
deze de halve lood-
rechte middellijn C. D.
De middellijn A B
w^ordt in 4 gelijke dee-
len verdeeld. Yan uit
punt E beschrijft men een boog met D E tot straal. Het
punt, dat men krijgt, wanneer de cirkelboog de middellijn
AB ontmoet, noemt men punt F, dan is de lijn D F, welke
wij verkrijgen , door punt F te verbinden met punt D de
zijde van den regelmatigen vijfhoek, dien men in den cirkel
beschrijven kan. Zie punten D G H J en K. van den inge-
schreven vijfhoek.
Voor eigen oefening geven wij hierbij eene proeve van
eenen verstellap, die eerst op bontgestreept goed en bij eenige
vordering op gebloemde stof kan uitgevoerd woorden. Zie fig. 38.
Bij het verstellen op wit goed, komen enkele stukjes voor