Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het Verstellen.
Het m-stellen is het aanbrengen vau nieuwe stofdeeien op
de plaats, waar de stof is versleten. Komt dit voor bij breien,
dan heet zulk verstellen stoppen of mazen, bij geweven stoffen
is het stoppen, verstellen oi nitstnkken. liij het laatste wenschen
wij onze aandacht te bepalen.
De volgende regelen heeft men bjj het verstellen in acht
te nemen : o. Het ingezette stuk moet, wat den loop der
draden betreft, evenwijdig zijn aan het voorwerp, waar het
ingezet wordt. b. Heeft het in te zetten stuk een of ander
jDatroon, dan moet het zoo worden ingezet, dat het patroon
niet wordt verbroken, c. Het stukje, dat wordt ingezet, moet
aan iedere zijde 2 cM. grooter zijn dan het versleten, uitge-
knipte stukje, (i. Wit goed wordt met den rol- of met den
platten naad, bont goed met den overhandschen naad ingezet.
Komt bont goed daarentegen voor in eene friesch bonte schort,
dan gebruikt men eveneens den rolnaad. Verstellen is een
zeer moeielijk werk, reden waarom men op de lagere school
begint met het verstellen op papier. Zie fig. 27. Men kuipt
daartoe van sterk, taai olifantspapier een kwadraat van 15 cM.
in het vierkant, vouwt het langs een diagonaal om, knipt
het op die vouw door, slaat elk der doorgeknipte kanten 1 cM.
om, de eene zijde rechts en de andere links en naait nu die
twee stukken met een overhandschen naad aaneen. In dit
zelfde stuk papier kan een stukje met één hoek worden inge-
zet. Zie fig. 21(1. Uit een hoek, niet aan een diagonaal gelegen,
wordt een kwadraatje van 4 cM. in het vierkant geknipt. In
het hoekpunt h wordt langs eene schuine lijn 1 cM. lengte
ingeknipt, en de beide kanten naar binnen omgeslagen. Een
nieuw geknipt kwadraatje van 6 cM. kan door 2 naast elk-
ander liggende zijden elk 1 cM. in te slaan, in de hier boven
beschreven ruimte pasklaar worden gemaakt, a h overhandsche
naad, c d en c e ingeslagen elk van 1 cM. Kwadraatƒ 4 cM.
in het vierkant, li i 1 cM. lang, ik en il ingeslagen, waar-
door het kwadraat 5 cM. in het vierkant wordt.