Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Fiff. 24.
gaatjes (b) of volgens den diagonaal (c). Knoopen zonder gaatjes
of gewone linnen knoopen woorden door een cirkeltje (f7)fig. 2H
of door een achthoekje {e) op den bovenkant der knoop en de
stof beide te stikken, aan het goed bevestigd. Stiftjesknoopen
worden oni het stiftje tegelijk niet het goed genaaid en
de Hernhutterknoopen door de ge-
spannen draden daarachter aan het
goed gemaakt. Klke knoop krijgt
een stoeltje, d. w. z. als de knoop
vastgezet is, wordt hij aan den
onderkant eenige keeren door den
naaidraad omwoeld.
Haken en oogen worden met den
overhandschen steek op de stof be-
vestigd. Van de haken worden de
oogjes eu het riiggedeelte genaaid, zie fig. 24, van de oogen de
oogjes en de kleinste helft van het daarop volgend gedeelte.
Knoopsgateu komen voor in eene horizontale richting in den
halsboord van nachtja-
iiii
lili
Uii:
:t!>
iiliilri
Fiff. 25.
• ••••••■•^■■■■■•ranBii««
■■»«lilifl
■ BW»«»«
nia>H«a»aiik-BBa •■•■••■Bait«
■ HM»*.
• ■■■••■■•■BSaBVBI******
• ■MMBIIBB BUBBBVB-«»«*!»!
■ BaBaaaB«*«*!»'
Mait<iB4rBB»«*»Ha
naaBsaBiiaiil»»«
aaDBBBaaaaBai
>aKaaa«aa(aa*
'•BnaaaaBaiaBi
* ■ •
'ai.Bii«»auB aaaS
Bsaaaa*aai
■ asaaiavBBawBaaaaai
»••aMaasaaiasB*
uaaraBBBaaaBiaaaaeaaaBI
' * i" ■'J » BaaaaBBnaaaal
' > aaaaBaBBal
lA « * • • aavii»»*««!
ponnen, in mans- en
vrouwenhemden , mans-
broeken , in de hand-
boorden van manshem-
den , in boorden van
rokken, in onderlijfjes en
japonlijven. Ze hebben
dan eene ronde zijde en
een hoek, waaraan een
t r e n sj e voorkomt. Het
trensje behoort het dichtst te zijn geplaatst bij den knoop.
Verticale knoopsgaten komen voor in het belegstuk van een
vrouw^enhemd, in dat van eene nachtjapon, in het open ge-
deelte van een mansbroek (tusschen den boord en het kruis)
en in het borstsplit van flanellen hemden. Zij hebben geen'
ronden kant, doch aan de boven- en onderzijde een trensje,
i*aaa9ailaaBasaBasaaaat>a3>a>aal
aaaa»aaaè»aaaB8saaa*ilBia»aaBa«B^99*»«aa"**<
• ••••••*a»aa»aaBaaaailll*"aaaassasaaaa»aaakk»ai