Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ulz.
Bij liet opmaken van dezen nitvrendigen leergang, dient
men te bedenken, dat in den leertijd van zes jaren de om-
vang niet te ruim raag genomen worden, zullen de leerlingen
met vrucht bezig geweest zijn. Men mag zich zeer gelukkig
rekenen, wanneer men den meisjes het noodzakelijke geleerd
heeft voor den lateren huiselijken werkkring. Daar niet alle
lagere scholen op dezelfde wijze zijn ingericht en niet overal
evenveel tijd aan de handwerken besteed wordt, schikke
men zicii naar de plaatselijke omstandigheden tot het vormen
van eenen leergang. Het meest voorkomend verschijnsel is,
dat de lagere school in zes heele leerjaren of twaalf halve
leerjaren verdeeld is. Het zou met de inrichting van het
onderwijs onmogelijk zijn om aan al de klassen afzonderlijk
3 ä 4 uur per week les in de handwerken te geven. Hiertoe
zou noodzakelijk eene bepaalde onderwijzeres voor dit vak
moeten worden aangesteld ; nu de onderwijzeressen in al de
vakken van het lager onderwijs daarmee belast worden,
wordt de tijd beperkter en twee of meer klassen worden tot
nog toe bijna overal vereenigd.
Hierover kan men nog veel zeggen en reeds werden er
prachtige theorieën voor gegeven, maar de uitvoering ging
nog steeds met vele moeilijkheden gepaard, voornamelijk
door gebrek aan tijd en geld. De oefeningen in de nuttige
handwerken, die in elke lagere school moeten gehouden wor-
den, zijn die in het breien, merken, naaien, mazen, stoppen
en knippen. Als de tijd het toelaat, kan men tot afwisseling
het vak haken der fraaie handwerken er bij brengen, daar
het haakwerk ook in het dagelijksch leven in elk gezin te
pas komt. Zeer wenschelijk is het echter niet. Het onderwijs in
al deze vakken moet aanschouwing tot grondslag hebben ;
hiervoor zijn in de laatste jaren zeer geschikte leermiddelen in
den handel verschenen, waarvan er later behandeld worden.
Elke bewerking wordt door de onderwijzeres voor de klasse
goed geanalyseerd of ontleed, dikwijls langzaam en duidelijk
den kinderen voorgedaan. Daarna kunnen de bewerkingen