Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
K'oordeu, aau zee, dan in de Zuidelijke provinciën verwerkt
tot rokken, broeken, borstrokken en luiers.
Keper in groote verscheidenheid van qualiteit en namen
in den handel, wordt tot broeken, rokken, onderlijfjes,
nachtjaponnen en borstrokken verwerkt,
A[oIto7i in roomkleur voorhanden dient voor zware onder-
broeken voor mannen en jongens en grove onderrokken en
in witte kleur, hetzij effen aan de bovenzijde ofgepiqueerd,
gebruikt men het voor onderlijfjes, nachtjaponnen en rokken.
Zwaar molton, meer bekend onder den naam van zwanen-
dom wordt tot broeken en onderrokken gebruikt.
BaMn is gestreepte stof van zeer verschillende qualiteit,
glanzend aan de bovenzyde. Hoofdzakelijk wordt het gebe-
zigd voor nachtjaponnen; soms voor bovenrokken, die niet
worden gestreken,
Jaefjer is geweven als tricot en wordt tot onderlijfjes en
onderrokken verwerkt en tevens gebruikt om Jaeger goede-
ren te verstellen.
Naaien is de kunst, om door middel van naald en draad van
naar verhouding geknipte deelen stof een voorwerp te ver-
vaardigen. Het naaien was als zoodanig reeds bekend bij de
Phoenicische visschers, die deze bewerking uitoefenden met
eenen stok en touw. Later vinden wij de beginselen van het
naaien weer terug bij de Batavieren, die zich de dierenhuiden
met doornen om de leden hechtten. Nog wordt in een deel van
ons laud het vervaardigen van vischnetten „naaien op een stik"
genoemd. Men onderscheidt bij het naaien zoomen en naden.
Omdat het goed in het gebruik ging rafelen, zoomde men
het, en om dien zoom aan het oog te onttrekken, werkte
men daarop aan den besten kant van het gezoomde voor-
werp randen. In Hongarije en Zuid-Duitschland was dit de
oorsprong van het Holbeinwerk.
Zoomen dienen om den zelfkant te verbergen of den rafel
af te maken. Zie fig. 1. Zij worden verdeeld in (jnrone of
platte zoomen, rol- (tf rfifhbeïe zoomen en krielzoomen.