Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
genotnea voor den hals; deze wordt afgemaakt door een
randje van 2 toeren averechts, één toer omslaan minderen
4 rechts en nog 2 toeren averechts.
Het randje van den hals wordt ook gebreid: 3 of 4 toer
2 recht, 2 averechts; dan een toer met gaatjes op een steek
of vier afstand van elkaar en dan weer 3 of 4 toer geribd.
Men breit ook voor eenen ronden hals de schouders met
een insteektoer, d. w z. door bij het begin van den schouder
aan de zijde van den hals vijf a zeven maal eene steek on-
gebreid te laten staan. Deze steken worden later met de
opgenomen lussen van den hals in het randje van den hals
opgenomen.
In de hoekjes wordt wel eens geminderd voor het plat-
vallen van den hals.
Wanneer men de lussen van het armsgat heeft opgenomen,
kan men de mouw gaan breien. De eenvoudigste manier is
om een oksel te vormen, door onder aan de mouw aan
weerszijden van het naadje om den anderen toer te minderen,
totdat '/j van de steken weggeminderd is, daarna eindigt
men de mouw met een boord van 2 recht, 2 averechts
van 10 centimeters lang voor het sluiten om den arm. Men
kaïi ook eerst afzonderlijk een oksel breien : men neemt dan
in het hoekje van het armsgat 1 steek op, breit dien en
neemt aan het eind van eiken naald een lus van het arms-
gat op; zoodoende krijgt men telkens 1 steek meer, men
doet dit totdat '/j van de lussen zijn opgeraapt; dan neemt
men de andere lussen van het armsgat bij de steken van
den oksel en mindert nu om den anderen toer aan het einde
van den oksel 1 steek weg, totdat alle steken verdwenen
zijn, daarop eindigt men de mouw weer met eenen boord.
De oksel wordt ook gebreid met den rug en het voorpand
samen tot op de helft van de breedte van den oksel, dan laat
men den rug en de okselbreedte onafgewerkt, maakt eerst
het voorpand af, dan den rug en later als de mouw wordt
gebreid, neemt men de steken van den halven oksel op en