Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
2 averechts en daarboven nog een eindje recht, dat half
zoo groot, of even groot is.
Meestal zet men zooveel steken op, dat ze om den enkel
past; somtijds mindert men boven den boord drie a vier
maal. Desverkiezende kan men het been geheel recht en
averechts breien.
IsAME>f IN BREIWERK MAKEN.
Men kan de naamletters op verschillende wijzen in het
breiwerk breien en wel door de letters met naadjes of met
gaatjes te maken. Men plaatst ze gewoonlijk 3 a 4 naadjes
boven den boord aan den linkerkant van het naadje en wel
zoo, dat men met het boveneind der letters begint.
Breit men ze met naadjes, dan doet men dit 2 naadjes
hoog en 1 naadje breed voor 1 kruisje in grof breiwerk; in
middelmatig fijn werk neemt men 2 naadjes hoog en 2 naad-
jes breed voor elk kruisje.
Namen met gaatjes breit men voor elk kruisje; omslaan
minderen of omslaan overhalen en 1 toer recht.
In fijn werk maakt men letters met naadjes en gaatjes.
Daarvoor heeft men voor elk kruisje drie toeren noodig:
t. w. Ie en 3e toer 3 averechtsche steken en 2e toer, 1
averechts, omslaan, averechts, minderen. Breit men deze let-
ters in heen- en weergaande toeren, dan zijn aan den ver-
keerden kant de averechtsche steken recht.
BORSTROKKEN.
Aan een borstrok onderscheidt men de volgende deelen:
den romp en de mouicen. Aan den romp heeft men den
boord, het rechte deel, het minderingdeel, den rug, de voor-
panden met klinken, de schouders en den hals. De deelen
van de mouwen zijn oksel, rechte deel en boord. In de
mouwen breit men de oksels.
De maat van den borstrok neemt men 14 cM. onder de taille.
Het aantal opzetsteken kan weer zonder opgave genomen
7 *