Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
80.
t
55. De Peen.
(Van Lummel. 1"'« reeks. N". 17.)
Dat is eene peen. Hoe ziet zij er uit?— Zij is lang,
van boven dik en van onderen dun en spits. Boven op de
peen zit lof, — peenlof. Dit ziet er groen uit. Hebt gij
al eens eene peen gezien? — De penen groeijen niet aan
eenen boom, maar in den grond. Zij zitten in den grond.
Men ziet het lof, maar niet de peen. Men vat het lof in
de hand en trekt de penen uit den grond. Hebt gij al eens
eene peen uit den grond getrokken ? — Is er nu peen ? — De
peen is een wortel. De knol, de rammenas en de kroot zijn
ook wortels. Aan de peen zitten weder dunne worteltjes.
Men snijdt het lof van de peen met een mes af. Men wascht de
peen af. "Waarom ? Omdat zij vuil is. Zij moet niet vuil blijven,
maar schoon worden. Men snijdt de peen klein en doet de
stukken in eenen pot. Dan giet men water op de peen en
zet den pot op het vuur. Dan kookt de peen en wordt
zacht. Dan neemt men den pot van het vuur en doet de
peen op eenen schotel. Men doet boter en peterselie op de
peen. Eindelijk eet men de peen op. Men eet ze niet uit de
hand, maar met eene vork. Hoe smaakt peen ? — Peen is eene
spijs. Hebt gij wel eens raauwe peen gegeten?—Lust gij
gekookte peen? —Wat lust gij liever: raauwe, of gekookte
peen ? — Wat hebt gij gisteren middag gegeten ? — Eet men
's morgens vroeg peen ? — Peenlof eet men niet. Welke
dieren vreten bet? — Men stooft ook peulen en peen door
elkander. Weet gij wel wat hutspot is?
OEFENINGEN.
1. Wie? Wat? Watvoor? Welk? Hoe?
Wat doet?
2. Vragen: Wie verkoopt peen? Wie maakt de
peen klaar? Wat doet men op de peen? Wat is de peen?
Noem andere wortels! Wat zit er aan de peen? Wat zit
er in de peulen ? Noem velerlei erwten ? Wat voor boonen
kent gij? Welke boonen lust gij zeer gaarne? Iloe
smaken jonge erwten? Hoe smaakt uije? Wat doet men
met het peenlof? Wat eet men uit de hand? — met eene
vork? — met eenen lepel?