Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
77.
eene snede brood (boterham), een stuk brood, een kruimel
brood (een broodkruimel).
Wat doet? Waarmede? met het mes, met de
handen, met de zeis, met den vlegel, met de buil.
Men hakt met--.
Men steekt met--.
enz.
Wat voor? Welke? enz,
3, Vragen, Wat voor een brood ligt daar? Wat
heeft het? Welke korst is bruin? Waar zit het kruim?
Wat doet men met het brood? Waarmede snijdt men het
brood? Wat doet men met de broodkruimels? Wat is het
brood? Noem andere spijzen! Wie bakt het brood? Wat
bakt de bakker nog meer? Verkoopt de bakker ook een
stuk brood? Hebt gij veel eens een brood bij den bakker
gehaald? Wat zegt men tot den bakker? Lust gij gaarne
brood? Wat zegt gij tot moeder? Zoudt gij nu gaarne
eene boterham hebben? Hebt gij nu honger? Wanneer eet
gij boterhammen ? Wat voor brood lust gij liever: oud
bakken brood, of versch brood? Van wien krijgt de bakker
de gemalen tarwe? Van wien krijgt de molenaar de tarwe?
Van wien krijgt de boer de tarwe?
52. De Broodjes.
(Van Lummel. 1"« reeks. N». 18.)
Daar liggen twee broodjes: een kadetje en een krente-
broodje. Dat zijn tweederlei broodjes. De bakker heeft ze
gebakken. Hij heeft ze gemaakt van tarwemeel. Somtijds
zitten er eenige broodjes aan elkander. Naait de bakker ze
aan elkander? — De bakker verkoopt de broodjes. Hij ver-
koopt ook koekjes, mopjes, zoute bolletjes, enz. Men gaat
naar den bakkerswinkel. Men zegt: bakker wil u mij een
broodje geven ? Hoeveel kost een broodje ? — Hoeveel kosten
twee broodjes?'— vier broodjes? — zes broodjes? — tien
broodjes? — Men eet de broodjes op. Zij zijn eene spijs.
Noem andere spijzen! Hebt gij al eens een broodje gege-
ten?— Lust gij graag broodjes? — Wat lust gij liever: boter-
hammen, of broodjes? — Het kadetje en het krentebroodje
zijn zacht; maar er zijn ook harde broodjes.