Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
91.
warm. Zij verlicht en verwarmt de aarde. Over dag be-
schijnt de zon de aarde. Schijnt de zon nu ? — 's Zomers
schijnt de zon zeer fel op aarde; daarom zweet ik dikwijls
in den zomer.' 's Winters schijnt zij niet zeer fel ; daarom
ben ik zeer koud in den winter. Schijnt heden de zon
zeer fel? — Ik kan de zon zien. Zij is geel, rond en schit-
terend. Ik kan de zonnestralen voelen, maar ik kan de
zon niet betasten. Ik voel, dat zij warm is. Ik houd
veel van de zon. Zij is zeer ver af. Ik kan niet naar de
zon klimmen. Niemand kan naar de zon klimmen. De
lieve God heeft de zon geschapen. God onderhoudt ze en
leidt ze ook. God is almagtig. Ik ben zwak,
OEFENINGEN.
1, Wie? Wat doet?
Waar? aan den hemel, in het Oosten, in het Zuiden,
in het Westen, in het Noorden.
Wanneer?
De lente, de zomer, de herfst, de winter: Dat zijn
de vier jaargetijden.
In welk jaargetijde? in de lente, in den zomer, in
den herfst, in den winter.
Op welken dag? 's Maandags, 'sDingsdags, 's Woens-
dags, enz.
De morgen, de voormiddag, de middag, de namiddag,
de avond , de nacht: Dat zijn de tijden van den dag.
Op welken tijd van den dag ? 's morgens, enz. over
dag, bij nacht.
1 ure, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11,12 ure:
Dat zijn de uren van den dag.
Hoe laat? om 1 ure, om 2 ure, enz.
's morgens om 5 ure, om 6 ure, om 7 ure, enz.
's avonds om 5 ure, om 6 ure, om 7 ure, enz.
's middags om 12 ure,
's nachts om 12 ure ('s middernachts).
Wat? de stralen van de zon = de zonnestralen,
het licht van de zon = het zonnelicht,
enz. enz.
Vragen. Welke tijd van den dag is het nu? Op