Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
72.
linker mouw zijn even lang en even wijd. Hoeveel knoopen
zijn van voren ? — Hoeveel knoopsgaten zijn van achteren? —
Heeft de jas ook zijzakken? — Heeft hij ook eenen binnenzak?
OEFENINGEN.
1. Wie? Wat? Watvoor?
Welke kraag? de kraag' van den jas.
de kraag van het vest.
Welke klep? de klep van den pet.
de klep van de broek,
enz. enz.
Waar? Waarvan? van leder = lederen.
van stof =: stoffen,
van gom-elastiek = gom-elastieken.
van laken = lakensch.
enz. enz.
Wanneer? Wat doet? enz.
2. Vragen. Wat zijn de jas en de pet? Noem
andere kleedingstukken! Hebt gij eenen jas en eenen pet?
Watvoor eenen jas heeft uw onderwijzer nu aan? Hebt
gij al eens eenen lederen jas gezien? Kunt gij eenen jas
maken? Hebt gij eenen zijden pet? Wat heeft de jas?
Wat heeft de pet? Draagt gij al eenen hoed? Wie dragen
hoeden? Waarvan zijn de manshoeden? — de vrouwe-
hoeden? Hebt gij wel eens eenen steek gezien? Hoe is
de steek ? Wat bevalt u beter: een hooge hoed , of een
lage hoed? Wie maakt de hoeden? Hoeveel kost wel een
pet? — een lakensche jas? — een lage strooijen hoed? —
een castoren hoed? — een paardeharen vrouwehoed?
Noem 20 kleedingstukken! Welke kleedingstukken
draagt men aan de voeten ? — aan de handen? — om den hals?
— op het hoofd ? Welke kleedingstukken dragen de mannen ?
— de vrouwen? Welke kleedingstukken dragen de mannen
niet ? — dragen de vrouwen niet ? Welke kleedingstukken
draagt gij nu? Is de zakdoek ook een kleedingstuk? Welke
kleedingstukken hebben zakken?— hebben mouwen ? — hebben
eenen kraag? Welke kleedingstukken borstelt men? — klopt
men uit ? — wascht men ? — strijkt men ? — naait men? — zijn