Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
71.
zakken; de regter zak, de linker zak. De kleermaker
maakt broeken. Hij knipt ze en naait ze. Waarvan zijn
de broeken ? — Men trekt eene broek aan , en men trekt
haar weder uit. Wanneer trekt men haar aan en wan-
neer trekt men haar uit? — De broek is een kleedingstuk.
Voor wie?
OEFENINGEN.
1. Wie? Wat? Watvoor? Welk? Waar?
Waarvan? Wanneer? Wat doet? enz.
Voor wie? voor mannen, voor vrouwen, voor kin-
deren, voor jongens, voor meisjes, enz.
2, Vragen, Wat is de broek? Noem andere kle-
dingstukken! Hoeveel broeken hebt gij? Wat voor eene
broek heeft uw onderwijzer nu aan? Wie draagt eene
broek? Hebt gij wel eens eene leêren broek gezien? Hebt
gij wel eens eene roode broek gezien? Wie maakt de
lakensche broeken? — de leêren broeken? Welke broeken
klopt men uit? — borstelt men af? — hangt men in de
kast? — verstelt men? — trekt men 's Zondags aan? —
Voor wie worden de broeken gemaakt?
47. De Jas en de Pet.
(Bruqsma. Plaat 4.)
Daar hangen een blaauwe jas en een bruine pet. Ik
geloof, dat de jas en de pet schoon zijn. Zij blijven niet
altijd schoon. Zij worden vuil. Dan klopt men den jas
uit met eenen stok. Er komt stof uit den jas. Men
borstelt den jas en den pet af. Zij hangen aan eenen arm.
De arm zit in den muur. Men trekt den jas aan en
uit. Men zet den pet op en af. De pet en de jas zijn
kleedingstukken. De kleermaker maakt jassen en de pette-
maker maakt petten. De kleermaker knipt en maakt den
jas, en de pettemaker....... Waarvan maakt men jassen
en petten? ~ De pet heeft eene klep. Deze zit niet van
achteren, maar van voren. Waarvan is zij wel? — De jas
heeft twee mouwen, eenen kraag, knoopen, knoopsgaten,
twee schoten, naden en zakken. De regter mouw en de