Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
67.
drank aan de dieren en aan de menschen. Hij heeft mij
mijne ouders gegeven. God is zeer goed.
God wil:
dat wij Hem liefhebben boven al; — dat wij den
naaste liefhebben, als ons zelf; — dat wij onze ouders
eeren; — dat wij altijd waarheid spreken; — dat wij niet
begeerlijk zijn; — dat wij nederig zijn.
Ik zeg:
dat alles wil ik doen; — ik wil God liefhebben boven
al, Hem danken. Hem gehoorzamen, Hem eeren. Hem
dienen en veel tot Hem bidden.
God wil, dat alle menschen braaf en gelukkig wor-
den. — Hij is regtvaardig en barmhartig. Hij kastijdt de
slechte menschen hier op aarde en hiernamaals. Hij sterkt
en zegent de goede menschen hier op aarde en hiernamaals.
OEFENINGEN.
Wie? Wat? Hoe? Wat doet? Waar? enz.
43. De twee Huizen.
(Bruqsma. Plaat 32.)
Hier staan twee huizen. Deze huizen zijn niet gelijk,
maar verschillend: het eene huis is hoog en het andere
huis is laag. Het hooge huis is smal en het lage huis is
breed. Het hooge huis heeft vijf rijen ramen en het lage
huis heeft eene rij ramen. Het hooge huis is ouderwetsch
en het lage huis is nieuwerwetsch. De gevel van het
ouderwetsche huis is van boven spits en de gevel van het
nieuwerwetsche huis is van boven regt. Wat heeft het
ouderwetsche huis nog meer en het nieuwerwetsche niet? —
Wat heeft het nieuwerwetsche huis wel en het ouderwetsche
niet? — Wat hebben deze beide huizen? — Wat hebben
vele huizen? — Wat heeft elk huis?—Beide huizen staan.
Zij zijn van hout en steen. God heeft de huizen niet ge-
schapen. De timmerman en de metselaar hebben beide
huizen gemaakt (gebouwd). Kunt gij een huis bouwen? —
Kan uw vader een huis bouwen ? — Zijt gij nu in een huis ? —
Hoe is het schoolgebouw? — Woont gij in een ouder-
wetsch huis?