Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
OEFENINGEN.
1. Beschrijf de papaver ! (op dezelfde plaat N". 18.)
2. Vergelijk de roos met de lelie! (Plaat 7, N", 1 en 5.)
3. Noem 12 bloemen !
4. Wat? Wie? Wat doet?
Wat voor bloemen! frissche bloemen, verwelkte
bloemen, gemaakte bloemen, enz.
5. Vragen. Er zijn velerlei bloemen. Welke bloemen
laat de lieve God groeijen? Kunt gij ook bloemen maken?
Maken de menschen ook bloemen? Kunt gij eene lelie
teekenen? — Er zijn gele, roode, blaauwe, witte bloemen.
Welke bloemen zijn geel? — rood?— blaauw?—wit? —
Niet alle bloemen groeijen in den tuin. Er zijn ook veld-
bloemen. Waar groeijen deze? — Noem veldbloemen ! —■
tuinbloemen! Eenige bloemen bloeijen in de lente. Deze
heeten lentebloemen. Andere bloeijen in den zomer. Hoe
heeten deze? Nog andere bloeijen in den herfst. Hoe
heeten deze? Welke bloemen bloeijen in de lente? —
in den zomer ? — in den herfst ? — in den winter ? — Niet
alle bloemen rieken. Welke bloemen rieken niet? Welke
bloem riekt onaangenaam ? Welke bloeoa gelijkt op de zon ? —
gelijkt eene klok? — gelijkt een rad? — heeft vijf bloem-
bladeren ? — heeft vele bloembladeren ? Welke bloem heeft
meer bladeren: de roos, of de lelie? Welke bloem heeft
minder bloembladeren, dan de zonnebloem?
De bloempot, het bloembed, de bloemtuin, de bloem-
ruiker, de bloemkrans.
40. De Spar.
(Van Lummel. reeks. 1«« Afd. Plaat 5).
Daar staat eene spar. Zij is een boom. Noem andere
boomen! De spar is altijd groen. Zij is niet krom, maar
regt. Zij is hoog. Zij heeft eenen stam ; deze is rond
en regt. De spar heeft takken. Deze zijn krom. De
spar heeft geene bladeren, maar naalden. Deze zijn dun,
groen en spits. Zij steken. Heeft de eik ook naalden? —