Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
49.
3. Alle paarden hebben-Niet alle p, zijn - Eenige p. zijn-.
Alle bokken hebben-Niet alle b. zijn-Eenige b. zijn-.
Allescliapen hebben-Niet alle sch. zijn-Eenige sch. zijn -.
Vragen. Wat is dat? Waar staat het? Hoe ziet het
paard er uit? Zien alle paarden er bruin uit? Hoe zien
eenige paarden er uit? Wat heeft het paard? Wat heeft
het aan den hals? Wat heeft het van achteren? Wat is
langer: de staart, of de manen? Op welk dier gelijkt het
paard? Welk dier bevalt u beter: het paard, of de ezel?
Welk dier loopt harder: de ezel, of het paard? Welk dier
is grooter: het paard, of de ezel? Wie heeft het paard
geschapen? Wat is het paard?
4. Noem 30 zoogdieren !
Elk zoogdier.........nietelk zoogdier.
Alle zoogdieren.......nietalle zoogdieren.
Geen zoogdier.
Eenige zoogdieren.....andere zoogdieren.
Vele zoogdieren.......enkele, weinige zoogdieren.
De meeste zoogdieren ... de minste zoogdieren.
Vragen. Welk zoogdier heeft vier pooten? Welk
zoogdier heeft zes pooten ? Niet alle zoogdieren hebben
haar op den bast. Welk zoogdier heeft wol? Welk zoog-
dier heeft borstels? Welk zoogdier heeft stekels? Welk
zoogdier heeft vederen? Eenige zoogdieren hebben klaauwen,
andere zoogdieren hebben hoeven. Welke zoogdieren hebben
klaauwen ? — hebben hoeven ? Welke zoogdieren hebben han-
den ? Enkele zoogdieren hebben horens. Welke zoogdieren
hebben horens? De minste zoogdieren hebben manen, de
meeste zoogdieren hebben geene manen. Welke zoogdieren
hebben manen? De minste zoogdieren geven ons melk.
Welke zoogdieren geven ons melk? Eenige zoogdieren
schiet de jager, andere zoogdieren slagt de vleeschhouwer.
Welke zoogdieren schiet de jager? Welke zoogdieren slagt
de vleeschhouwer? Welk zoogdier heeft eenen staart? Eenige
zoogdieren leven hier in het huis of in den stal, andere
zoogdieren leven hier op het veld. Welke ioogdieren leven
hier in den stal of in het huis ? Welke zoogdieren leven hier op
het veld? Vele zoogdieren leven niet hier. Welke zoogdieren
leven niet hier? Eenige zoogdieren leven in den grond, andere