Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
30.
Het glas — het glaasje,
enz......enz.
4. Vragen: Hoeveel glazen staan daar? Hoe zijn
zij? Wat hebben zij? Wat hebben zij niet? Wat heb
ik? Wat heeft de karaf? Wat heeft de melkkan.? Hoe
zijn de karaf en de melkkan? Waar is water? Waar
is melk? Hoe is de melk en het water? Hoe smaakt inkt?
Hoe smaakt water? Hoe smaakt melk? Wat doen de men-
schen in de kofEj en de thee? Wat drink ik? Wat drink
ik 's morgens? Wat drink ik 's middags? Wat drink ik
's avonds? Wanneer drink ik koffij? Wanneer drink ik thee?
Waarvan zijn de glazen en de karaf? Waarvan is de melkkan?
16. De Diligence.
(Beuqsma. Plaat 20.)
Dat is eene diligence. Dat zijn paarden. Dat zijn
menschen. De paarden trekken de diligence. De diligence
rijdt. Waar rijdt de diligence naar toe? Ik weet het
niet. Waar komt zij van daan? Dat weet ik ook niet.
Eijd ik nu? De paarden zijn sterk. Zij loopen naast
elkander. Zij hebben eenen kop, eenen staart, vier
pooten en twee oogen. De kop is van voren. De staart
is van achteren. Twee paarden zijn bruin. Een paard is
grijs. De paarden hebben een ti^g aan. De diligence is
geel. Zij heeft twee portieren, twee treden, zes ramen,
vier wielen, twee lantarens en eenen bok. Ik kan een
portier, eene trede, drie ramen, twee wielen, twee lanta-
rens en den bok zien. Ik kan een portier, eene trede,
drie ramen en twee wielen niet zien. De portieren, de
treden en de ramen zijn op zijde. De wielen zijn rond.
Zij hebben spaken. Twee wielen zijn van voren. Twee
wielen zijn van achteren. Da lantarens zijn van voren.
De bok is ook van voren. De lantarens branden nu niet.
Waarom niet? Omdat het licht is. Drie mannen zitten
op den bok. Zij zitten naast elkander. Een man stuurt.
Hij houdt de teugels vast. Een man heeft eene trompet.
Hij blaast op de trompet. Zij is van koper, In de
diligence zitten menschen. De menschen zitten achter
elkander. Op de diligence ligt een zeil. Het zeil is