Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
armen. Een man — klompen aan. De klompen — van hout.
De mannen — een hemd aan. Drie mannen — eenen pet
op. De pet — van laken. Een man — eenen hoed op.
Het hemd — van linnen. Het hemd — wit. Het touw —
van hennep. Het touw — lang en sterk. De kom — van
aarde. De kruik — van aarde.
5. Wie? de man, de vrouw, enz.
Wat? de schop, enz., heeft eene schop, enz., heeft
een buis aan, enz.
Waarvan? van ijzer, van hout, van linnen, van hen-
nep , van laken, van aarde.
Hoe? scherp — bot, enz.
Wat doet? staat, enz.
Waarv a n^
De schop is —^
De steel is —
De klomp is —
De bijl is —
De pet is —
Het touw is —
De kruik is —
Het hemd is —
De kom is —
Hoe?
De bijl is —
Het hemd is —
Het blok is —
Het touw is —
Wat?
Twee mannen houden — vast.
/
Eén man heeft —
De mannen vellen —
De vrouw bost —
Wat?
De bijl heeft —
De schop heeft —
Twee mannen hebben — aan.
Drie mannen hebben — op,
Eén man lieeft — op.
De vrouw heeft — aan.
Ik heb — aan.
Ik heb — op.
Wat doet? doen?
/
Eén man —
Drie mannen —
De vrouw —
Twee mannen —
De mannen —
De boom —
De stukken hout —
De kruik —
De kom —
De man
h.j.
enz. — enz.
6. Vragen: a. Hoeveel mannen zijn daar? Hoeveel
vrouwen zijn daar? Hoeveel boomen zijn daar? Hoeveel
schoppen zijn daar? Hoeveel bijlen zijn daar? ïioeveel tak-