Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
6.
het boek vast. Ik heb tveee handen. Ik heb twee oogen.
Ik zie. Ik heb twee armen. Ik leun. Ik heb eenen
mond. Ik kan spreken. Ik lees nu. Ik heb eene jurk
aan. Ik heb schoenen aan. Ik heb haar.
3 (1). Het meisje — een meisje. Het boek —
een boek. Het oog — een oog. Het tafelkleed — een
tafelkleed. De hand — eene hand. De mond — een
mond. De stoel — een stoel. De tafel — eene ta-
fel. De arm — een arm. De jurk. — eene jurk.
De schoen — een schoen.
L Hoe?
Het tafelkleed is —
De jurk is —
Het boek is —
De schoenen zijn —
Het haar is —
Wat?
Het meisje heeft —
Ik (2) heb —
Het meisje heeft — aan.
Ik heb — aan.
Het meisje heeft — voor.
Ik heb — voor.
Wat doet? doe?
Het meisje —
Ik —
5. Het meisje — een boek; het boek — open;
het boek — zwaar. Het meisje — twee schoenen aan;
de schoenen — zwart. Het meisje — haar; het haar —
bruin; het haar — lang. Het meisje — eene jurk aan;
de jurk — geel. Het tafelkleed — rood.
ö. De Man met het Vat.
(Bkügsma. Plaat 6. N°. 3.)
Dat is een man. Hij loopt. Ik — De man is niet
dood. Ik — De man leeft. Ik — De man heeft twee
(1) Met deze oefening wordt bedoeld den leerling de overeenstemming
van het met een en van de met een en eene te doen opmerken.
(2) Even als dit voornaamwoord, kan men ook hier de andere persoon-
lijke voornaamwoorden toepassen.