Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
ezel heeft eenen staart. Hij kan slaan. Hij slaat nu niet.
Dat is haar. De ezel heeft haar. Hij is lui en dom. De
kop is van voren; de staart is van achteren. De ooren zijn
van boven; de hoeven zijn van onderen.
OEFENINGEN.
1. Dat is een paard. De ezel heeft twee poo-
ten. Hij gaat nu. Hij ziet. Hij heeft drie oogen.
De ezel vreet nu. Hij heeft één en bek. Hij heeft
twee horens. Hij kan hooren. De ooren zijn kort.
De ezel draagt nu. Hij heeft eenen rug. Hij heeft
vier klaauwen. De hoeven zijn hard. De ezel heeft
vederen. Hij is groen. Hij heeft geenen kop. Hij
kan slaan. Flij heeft geenen staart.
2. Hoe?
De ezel is —
De ooren zijn —
De hoeven zijn —
Wat kan?
De ezel kan —
Wat heeft?
De ezel heeft —
Wat doet?
De ezel —
De ezel •
De ezel •
De ezel -
De ezel -
De ooren •
De ezel -
De ezel ■
eenen kop.
eenen staart,
twee ooren.
hooren.
lang.
grijs.
eenen rug.
De ezel — dragen.
De ezel — eenen bek.
De ezel — vreten.
De ezel — vier pooten.
De ezel — gaan.
De ezel — vier hoeven.
De hoeven — hard.
Wat?
— is grijs,
— ligt niet,
— heeft vier pooten,
— heeft vier hoeven,
— zijn lang,
— is lui en dom.
— is van voren,
— is van achteren.