Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
Menigeen, die het eerste stukje inziet, zal er zich
welligt over verwonderen, dat wij daarin nog zoo ge-
trouw zijn gebleven aan weilands voorschriften voor de
verbuiging. De inzage van de beide andere deeltjes, waarin
wij den buigingsuitgang en, waar hij onwelluidend is, door
een komma hebben vervangen, zal ons evenwel vrijwaren
voor de beschuldiging, dat wij gedachteloos voorbijzien, of
opzettelijk miskennen, hoezeer het gebruik thans algemeen
wordt en gezag verkrijgt, om verschillende woorden, die
volgens WEILAND volledig moesten verbogen worden, slechts
gedeeltelijk of in het geheel niet te veibuigen. — Neen, wij
wentchen dat zoowel doove, als hoorende leerlingen met dat
gebruik bekend gemaakt en er aan gewend worden, doch
achten zulks niet noodig voor zij tot de hoogste klasse der
school zijn opgeklommen, In ons boekje, bestemd voor
kinderen, die eerst beginnen aan het verstandig lezen en
het opmerken der regelmatige vormveranderingen der woorden,
als anderzins, maken wij daarom slechts een^ overgang tot
de genoemde besnoeijing der buigingsvormen, en verbuigen in
de eerste plaats volledig naar weilands voorschrilten. De
moeijelijkheid van den taalregel wordt voor het jeugdige kind
door de uitzonderingen te veel vergroot en er ontstaat ver-
warring uit, J3ovendien, hoe meer woorden volledig verhogen
worden, des te rneer wordt de aandacht gevestigd op getal,
geslacht en naamval, — des te meer wordt het geheugeii onder-
steund bij de moeijelijke inprenting der beide laatste taal-
kundige onderscheidingen. Op grond van dit een en ander,
meenen wij te mogen vertrouwen, dat onze handelwijze —
zoude zij ook uit een taalkundig oogpunt aan bedenking
onderhevig mogen zijn of worden — uit een didactisch
oogpunt niet slechts te verdedigen, maar ook aan te jjrijzen is,
ïen slotte zegt de schrijver dezes zijnen geachten mede-
arbeiders aan de Inrigting voor Doofs-tommen-onderwijs, duch in
het bijzonder den adjunct hoofdonderwijzer bikkeus, opregte-
lijk dank voor hunne trouwe hulp bij de bewerking van dit boek.
Moge het met veel belangstelling als hulpmiddel voor het
zoo gewigtig aanschouwelijk lees- en taalonderwijs ontvangen
worden, waartoe het met bescheiden vrijmoedigheid wordt
aangeboden door
ROTTERDAM, D. HIRSCH,
Mnnvi 1 Hoofd-onderwyzer der Inrigling
xrj M,u/c; xuuj. ^QQj. Doolstommen-ouüerwys te Rotterdam