Boekgegevens
Titel: Het derde boekje tot oefening in het lezen
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1868
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 583 : 2e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204850
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Aanvankelijk lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het derde boekje tot oefening in het lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Waarvan maken de men schen hunne klee-
ren ?
Van lin nen , ka toe nen , %ool len en zij den
stof fen.
Gebruiken zij ook leder, been en hout voor
klee ren ?
Ja, het leder voor de schoenen, het hout
voor de klompen en het been voor de knoo pen.
De klee de ren der man nen zijn niet ge lijk
aan die der vrouwen.
Toch heb ben man nen en mou tven wel klee-
ren, die gelijke namen dragen. Is dat ook
zoo met knapen en meisjes?
Welke kleuren dragen de klee ren? Ik zal
er drie noe men : blaauw , bruin, groen en grijs.
Dat zijn er al vier. Noem gij nu ook nog een
paar.
Klei ne kna pen dra gen vèel blaau ice kie len
met witte kraagjes. Ook heb ben zij wel witte
broeken. En dan een net dasje of strikje, een
fraai je pet en glad de schoenen — dan kan
de kleine man def tig stap pen en pron ken.
De klee ren die nen om u te be schut ten
te gen de guur heid van het we der. Die nen
de klee ren dan niet om te jïjrö;? ken^ Wel'neen!
en toch is het goed dat gij blij de zijt wan neer
vader en moeder u mooi je klee ren doen dra-
gen. Die klee ren zijn een blijk hoe veel zij
van u houden. Daarvoor moet gij hen door
uw aedrair danken. .