Boekgegevens
Titel: Het derde boekje tot oefening in het lezen
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1868
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 583 : 2e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204850
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Aanvankelijk lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het derde boekje tot oefening in het lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Ik hoor de hon den blaf fen. Ik hoor het
zwijn knor ren.
Ik hoor het kraai jen van den haan.
Ik zou het brullen van den leeuw en het
brom men van den heer kun nen hoo ren.
Ik hoor het getik van de klok, het spelen
op de fluit, het bla zen op de trom pet, het slaan
op de trom.
Blaffen , kraai jen, knor ren, brul len en
brom men zijn ge lui den van die ren.
Men schen doen ge lui den hoo ren* bij het
spre ken , bij het stot te ren, bij het sta me len,
bij het lag chen, bij het schrei jen en bij het
schreeu wen. Al die ge lui den kan ik ook hoo-
ren. Die op de fluit en op de viool spelen
doen ook geluiden hoo ren. Geluiden, die
aan ge naam zijn voor het ge hoor.
Door tik ken, klop pen , klappen, slaan en
stam pen kan men ook ge lui den doen hoo ren.
Tik maar te gen het glas. Klop maar aan de
deur. Klap maar in de handan. Sla maar
op de trom. Met wel ke le den van uw lig-
chaam moet gij op den vloer stam pen, om u
te la ten hooren ? Met de voe ten ? Ja, en dan
klompen aan die voeten, niet waar? Maar
doe dat hier in de school lie ver maar niet.