Boekgegevens
Titel: Het derde boekje tot oefening in het lezen
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1868
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 583 : 2e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204850
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Aanvankelijk lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het derde boekje tot oefening in het lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Ik ga op reis.
Ik ga met va der en moe der op reis. Na
de kermis gaan wij op reis. Op reis gaan is
prettig. Wij reizen op allerlei manieren.
Met de trekschuit, met den wagen, met de
stoomboot en met den spoortrein.
Met den spoortrein gaat het snel, zeer snel,
op een weg met ijzeren sporen. De stoom-
haot gaat ook snel; maar de spoor wa gen gaat
toch sneller. Met de stoom boot gaan wij o vei'
de zee. Ik hoop dat ik niet zee ziele zal zijn.
Vader is nooit zeeziek, moeder wel; vooral
met on stui mig weer. Zee ziek te en on stui-
mig weer zijn beide niet prettig op reis. Be-^
gen is ook niet pret tig op reis. Toch is de
re gen nut tig, zeer nut tig. Al wat nut tig is,
is niet prettig en al wat prettig is, is niet
altijd nuttig. Ilet reizen is prettig en nat-
tig te gelijk. Dat is mooi van het reizen.