Boekgegevens
Titel: Het derde boekje tot oefening in het lezen
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1868
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 583 : 2e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204850
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Aanvankelijk lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het derde boekje tot oefening in het lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Bij het noe men der na men van din gen
moet ik mij goed be den ken. Voor al wan neer
het namen zijn van dingen, die ik nief zie, ter-
lüijl ik ze noem. Zijn de din gen , die ik moet
noe men, om mij heen, dan be hoef ik maar
weinig te denken. Dan heb ik maar alleen
mij ne oo gen goed open te doen.
Ik kan heel wat na men noe men van dee len
van mijn ligchaam. Maar al de namen, die
ik noemen kan, kan ik nog niet lezen. Lezen
en noe men hei de kan ik de vol gen de; ha ren,
00 gen, oo ren, loan ge7i, lip pen, tan den, kie-
zen , ar men, han den, dui men, rih hen, lon-
gen , hee nen , schee nen, voe ten, Me leti en tee-
nen. Daarbij zijn er dee len, die ik zie7t kan
en ook die ik niet zien kan. Van al die dee len
heb ik er liieer dan een. Hoe veel dan van
^ ie der? Ik heb een reg ter been en een linker
been , een reg ter oog en een lin ker oog. Ik
heb geen reg ter en lin her lip. Wel een on der
en bo ven lip.