Boekgegevens
Titel: Het derde boekje tot oefening in het lezen
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1868
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 583 : 2e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204850
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Aanvankelijk lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het derde boekje tot oefening in het lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Nu een les je met woor den, die ik goed
moet he hij ken, zoo ik ze vaardig wil lezen.
Kom aan , ik be gin:
Wij hebben bezoek van onze nichten.
Voor zes da gen zijn zij ge ko men. Nog zes
nachten, dan gaan zij weer heen. Het kan zijn,
dat ik mee ga. Wat zal ik dan lag chen —
lag chen en jui chen. Wel nu ! wie zou ook
zuch ten, die zijn Oom en zij ne Tan te mag
he zoe ken. Mij ne nich ten zeg gen te gen Oom
en Tante: Vader en Moeder, en tegen mijn
Va der en mij ne Moe der zeggen zij: Oom en
Tan te.
Maar wij heb ben ook een Oom, dien wij
al len oom noe men. Die is de oom van mij ne
nichten, van mijn zusje en ook van mij.
De zonen van dien Oom noe men wij neven,
en zij noe men mij neefje. Mij ne ne ven zijn
veel oxtder dan ik. Ik ben nog maar zeven
jaren oud. Mijne neven zijn wel tien jaren
ou der dan ik.