Boekgegevens
Titel: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Auteur: Taylor, Isaac; Olivier, J.; Zürcher, J.C.
Uitgave: Amsterdam: G.J.A. Beijerinck, 183-? *
2e dr; 1e dr.: 1831
Opmerking: Vert. van: Scenes in Asia, for the amusement and instruction of little tarry-at-home travellers. - 1819
Vervolg op: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Amerika ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: OK 05-24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204826
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië
Trefwoord: Geografie, Azië
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34 RLEIN AZIE.
Zij rigteii zich echter hierbij niet naar den
loop der maan, gelijk yele andere Aziatische
Tolken, maar zij houden zich bij hunne jaar-
verdeeling aan sommige gebeurtenissen en na-
tuurverschijnselen, welke in die landstreek ge-
woonlijk en bijna op de zelfde tijden weder-
keeren. Hunne kennis is derhalve zoo be-
perkt, dat zij niet welen hoe vele dagen er
in bet jaar zijn. Ook weten zij niets van de
onderscheiding in weken, veel minder in da-
gen der week. Zij hebben gevolgelijk geenen
Zondag. De meeste Kamtschatdalen kunnen
zelfs ter naauwernood meer dan tot tien tel-
len. Tot zoo ver lukt het nog, door behulp
van hunne tien vingers. Wanneer zij meer
dan dit getal willen berekenen , tellen zij eerst
hunne vingers aan beide handen , en klappen
dan met de handen, om tien aan te duiden.
Willen zij verder gaan, dan tellen zij hunne
teenen om tot twintig te komen. Maar hier
neemt hunne rekenkunst een einde, want
wanneer mori hen uitnoodigt om verder te
gaan, vragen zij zeer onnoozel: » wat kunnen
wij nu nog tellen?"