Boekgegevens
Titel: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Auteur: Taylor, Isaac; Olivier, J.; Zürcher, J.C.
Uitgave: Amsterdam: G.J.A. Beijerinck, 183-? *
2e dr; 1e dr.: 1831
Opmerking: Vert. van: Scenes in Asia, for the amusement and instruction of little tarry-at-home travellers. - 1819
Vervolg op: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Amerika ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: OK 05-24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204826
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië
Trefwoord: Geografie, Azië
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OOST-INDISCHE EILANDEN. 107
zij voor- en achterwaarts voortgedreven kun-
nen worden, zonder dat men ze behoeft om
te wenden; maar de beide kanten, of stuur-
en bakboord, zijn verschillend van gedaante,
zoodat het eene boord geschikt is om van den
wind te zeilen, en het andere derwijze is
vervaardigd dat het scheepje, zelfs bij harden
wind, niet om verre geslagen kauworden. Dik-
wijls, wanneer de praauwen klein zijn, heeft
men dwars-scheeps aan beide kanten latten
van bamboes, een bekend hol riet, uitgesto-
ken, waaraan drie of vier zeer lange stukken
van gelijksoortig maar veel dikker bamboes ,
langs-scheeps vastgemaakt zijn. Deze lucht-
digte natuurlijke buizen houden het vaartuig,
hoe rank en smal het ook moge wezen, gelijk
boeijen of kurken, in evenwigt. Men begrijpt
ligt dat eene zeer smalle, lange praauw, die
aldus voor het omslaan ten eenemaal bevei-
ligd is, den zeevaarder gerust stelt, en hem
stoutmoedig maakt. Zeilen en riemen worden
door de behendige, ongemeen vlugge inlan-
ders, wanneer de wind dient, te gelijkertijd
gebruikt, en hoe sterk de wind ook waait
jaagt hij den varensgezellen nimmer de minste
vrees aan. Zulke praauwen mogen derhalve,