Boekgegevens
Titel: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Auteur: Taylor, Isaac; Olivier, J.; Zürcher, J.C.
Uitgave: Amsterdam: G.J.A. Beijerinck, 183-? *
2e dr; 1e dr.: 1831
Opmerking: Vert. van: Scenes in Asia, for the amusement and instruction of little tarry-at-home travellers. - 1819
Vervolg op: Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Amerika ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: OK 05-24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204826
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië
Trefwoord: Geografie, Azië
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Merkwaardigheden uit alle bekende landen van Azie, voor hen die, tot eene leerzame uitspanning, in het hoekje van den haard, door vreemde landen willen reizen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OOST-INDISCHE EILANDEN. 68
den, en van de bergen afgespoeld wordt,
diamanten en andere kostbare voortbrengselen
zijn op Borneo in grooten overvloed voorhan-
den. De goudmijnen in de binnenlandsche
gebergten worden meestal door Chinezen be-
werkt, die herwaarts uit hun land overkomen,
en na verloop van ettelijke jaren wederom naar
China terugkeeren. De eigenlijke inboorlingen
van Borneo zijn een onnoozel, dom en bijge-
loovig volk, welke men Daijaks noemt. Zij
zijn echter niet kwaadaardig noch wild van
aard. Zij leven schier in eene volslagen re-
geringloosheid; de oudsten van het volk woi"-
den tot raadslieden en bestuurders over de
jongere lieden gesteld , en de vader van een
huisgezin is daarvan het wettig opperhoofd.
In hun onnoozel bijgeloof, zijn zij nog altijd
aan een voorouderlijk gebruik gehecht dat zeer
barbaarsch, en onder den naam van hoppen-
snellen bekend is. Een Daijak wordt namelijk
niet als man geacht, zoolang hij niet, bij wij-
ze van heldendaad, een menschenhoofd afge-
slagen heeft, en alvorens dit verrigt is, wordt
het hem niet geoorloofd eene vrouw te ne-
men. Zij begeven zich dus , eenmaal in hun
leven, naar een ander dorp, ten einde den