Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
32. Als oef. 31, doch verbonden met spreid-, kruis- of
wisselsprong, ook met vluchtig beenbuigen en dijheffen.
33. Opspringen en 2, 3 of 4 tellen in den gebogen hang
verblijven.
OpmeukinCx. Bij den gebogen hang moeten de schouders
zooveel mogelijk achterwaarts worden getrokken. de
vuisten naast de schouders- en het hoofd opgericht zijn,
34. Als oef. 33, doch bij het opspringen tegelijkertijd eene
eenvoudige beenhouding.
D. Zwaaien in vluchtig gebogen hang.
Schouderhoogte.
35. De enkele zwaai voorwaarts.
Uitvoering: de leerlingen staan, de vingen vasthoudende, zoover
mogelijk achteruit. Op 't bevel een! springen zij op en bui-
gen de armen; hierdoor zwaait het lichaam naar voren, waar
de voeten zacht worden neergezet. Op 't bevel iicéé\ begeven de
leerlingen zich met de ringen achterwaarts. Deze oefening wordt
driemalen herhaald.
36. De enkele zwaai achterwaarts.
De bewegingen hebben nu juist in tegenovergestelde richting plaats.
37. De enkele zwaai zijwaarts links (rechts.)
Uit het voorgaande af te leiden.
38. De enkele zwaai voor- en achterwaarts.
De leerling staat als bij oef. 35,
Op één! opspringen en voorwaarts zwaaien,
op twéé! > » achterwaarts »
(twéémalen herhalen.)
39. De enkele zwaai links en rechts.
40. De dubbele zwaai voor- en achterwaarts.
UiTv. De leerling staat als bij oef. 35.
Op één! Opspringen, aan gebogen armen voor- en achterwaarts
zwaaien en de voeten op den plaats van iiitgang weer neerzetten.
(Twee a drie malen herhalen).
41. De dubbele zwaai hnks en rechts zijwaarts.