Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
«prong kan de leerling óf in de sprongruimte neerkomen en valt
dan voorover óf hij springt tegen den voorkant der matras aan
-en de terugschok doet hem achterover in de sprongruimte vallen.
Ook in dit laatste nog al eens voorkomende geval, is de plaats
des onderwijzers op de matras van geen nut, doch naast de
sprongruimte van groote waarde.
Alle wijzen van hulpverleenen bij verschillende oefeningen aan
te geven, is niet wel mogelijk en zou tot eene uitgebreidheid van
behandeling bij dit onderwerp aanleiding geven, welke niet in
mijne bedoeling ligt; bovendien zal den candidaat gymnastiek-
onderw. toch wel steeds in zijne studie geleid worden door een
■ervaren gymn. onderwijzer.
In 't algemeen zal het hulpverleenen tot de zeldzaamheden
gaan behooren, indien de onderwijzer zich bij zijn onderwijs tot
eene streng methodische opvolging in de oefeningsstof bepaalt en
■zich niet laat verlokken tot het uitvoeren van oefeningen, welke
boven de krachten gaan van zijne leerlingen. Het streng handha-
ven van dezen stelregel is niet alleen een middel om ongevallen
te voorkomen, doch bevordert ook het zeker en sierlijk turnen
•en daardoor het zelfvertrouwen.
Op eene oefeningssoort wehsch ik nog eens in 't bijzonder de
:aandacht te vestigen n.L
HET KLIMMEN.
In een vorig werk, „Gymnastiek en Spel" in 1885 verschenen,
^schreef ik over dit ondelwerp het navolgende :
„Onder de toestellen in het gymnastiek lokaal, die als 't ware
:aan de natuur zijn ontleend, bekleeden de klim- en springtoestel-
slen eene eerste plaats."
„Iedere Hollandsche jongen kan klimmen en draagt de zicht-
ibare bewijzen daarvan met zich, in gehavende of groen gekleurde