Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
De turnoefeningen en hunne benamingen.
De groote massa oefeningen welke aan toestellen zijn uit te
voeren kunnen tot hoofdvormen worden teruggebracht, n.l.: han-
gen, steunen, zitten en springen. Elk dezer hoofdvormen kan
weder tot eene onderverdeeling aanleiding geven, waarvan we
hier de voornaamste zullen behandelen.
Adolf Spiess, de reeds genoemde grondvester van het heden-
daagsche schoolturnen, onderscheidt in hoofdzaak twee groote
groepen van oefeningen. Bij de eene biedt het lichaamsgewicht,
door de strekkracht der spieren (strekspieren) tegenstand aan een
ondersteuningsvlak, dus door strekken; Spiess noemt ze steun-
oefeningen. Bij de andere werkt de buigkracht der spieren
(buigspieren), dus is het buigen haar kenmerk; Spiess noemt ze
hangoefeningen. De vrije oefeningen, hoewel in *t algemeen
tot de steunoefeningen behoorende, worden afzonderlijk beschreven
evenals alle andere oefeningen zonder toestellen.
Slechts volledigheidshalve en in het bijvoegsel van zijn desbe-
treffend werk worden door Spiess eenige oefeningen aangegeven
in het liggen, w e r p en en dragen, evenals de uit han-
gen en steunen samengestelde gemengde oefeningen.
Komen andere lichaamsdeelen dan de handen of voeten met
het steun- of hangvlak in aanraking, dan ontstaan de verschil-
lende zitoefeningen. Het springen bestaat uit een krachtigen af-
stoot (strekking) der onderste ledematen, gevolgd door eene tijd-
ruimte waarin het lichaam geheel vrij zich in de ruimte beweegt