Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
waarvan sommige algemeen burgerrecht verkregen en andere weer
even spoedig werden vergeten.
Evenmin als alle uit te voeren oefeningen voor de lichamelijke
vorming noodzakelijk of bruikbaar zijn, evenmin zijn dat alle
soorten van turntoestellen, welke men in den loop der tijden
heeft uitgedacht.
Vele daarvan dienen voor gelijke doeleinden. Alleen die toe-
stellen, die door eenvoudigheid van constructie, goedkoopte en
deugdzaamheid uitmunten en waaraan bovendien vele en velerlei
oefeningen kunnen uitgevoerd worden, door eenige leerlingen
tegelijk, komen voor ons doel in aanmerking.
In een goed ingericht turnlokaal dienen toestellen aanwezig te
zijn voor hang-, steun- en daaruit voortspruitende gemengde oefe-
ningen, verder toestellen voor den vrijen en gemengden sprong.
Van elk dezer soort toestellen dienen, met het oog op eenc
vruchtdragende klassikale behandeling der oefeningen,
eenige exemplaren aanwezig te zijn.
Opdat nu elke leerling in bijzonder niet te weinig beurten
krijgt, moeten, volgens de opgedane ervaringen, voor eene klasse
van 30—50 leerlingen van iedere soort toestellen 3 of 4 stuks
aanwezig zijn. Hiei-van zöndcre men uit „den bok" en „den
zweefmolen;" den eerste omdat bij dit toestel de onderwijzer
steeds zelf de behulpzame hand moet bieden, den laatste omdat
hieraan reeds minstens een viertal kinderen zich kan oefenen.
Klimstokken en touwen, rekken, bruggen, een springtoestel, lad-
ders en een lang springtouw kunnen als onmisbare inventaris van
een vrij primitief ingericht turnlokaal beschouwd worden.
A. M a u 1 zegt:
„Hoewel de beperking in aantal en soorten van toestellen bij
scholen op het platteland, zonder bedenkelijke gevolgen voor het
doel van het turnonderwijs, nog verder gedreven kan worden,