Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
7t
aan begint te denken om hetzelve te bezaaijen,
wanneer het met onkruid cn doornen is bedekt.
Indien er in den geest van eenige lezers hierom-
trent nog eenige twijfelingen bleven bestaan, dan zal
het volgende stuk, getrokken uit de Insikuüones ora-
toria: van QuiNTiLiAisüs, hen geheel kunnen overtui-
gen. De aanhaling is wel wat lang; maar wat daar-
in vervat is kwam mij zoo juist voor, en past
zoo goed bij mijn onderwerp, dat ik de begeerte
niet heb kunnen weêrstaan, om dezelve geheel ter
neèr te stellen.
Na gesproken te hebben over hen, die vermee-
nen dat men een kind, vóór dat het acht of tien
jaren bereikt heeft, op geenerlei aard van studie moet
toeleggen, gaat QuiNTiuAiNUS aldus voort:
Ik beroep mij liever op degenen , die met chuisippus
geloofd hebben, dat er in het leven van den memch geen
tijd is, die geen zorg en aankweeking behoefde. Wie ver-
hindert, dat men, reeds in de vroegste jeugd, het ver-
slaml der kinderen niet zou oefenen, even als men zijne
zeden kan aankweelien? Ik weet wel, dat men in het
vervolg in een jaar meer zal doen, dan men in al den
tijd, die voorgegaan is, zal hebben kunnen verrigten; maar
niettemin dunkt mij, dat zij, die de kimleren zoo zeer ont-
zien hebben, nog meer de onderwijzers hebben gespaard.
Bovendien, wat wil men dat een kind zal doen, zoodra het
begint te spreken? want het moet toch iets doen; en indien
men reeds van zijne eerste jaren eenig voordeel, hoe ge-
ring ook, treklcen kan, waarom zou men dit verwaarloo-
zen ? Wat men op de kimlschheid kan nemen, is voor den vol-
genden leeftijd zoo veel gewonnen. Zóó is het met alle
iijdpcrl:cn des levens. Al wat men weten moet, leere men