Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
willen bevelen. Daarheen strekken zich al hunne
begeerten; en kan hun dit niet gelukken, dan zijn
cr geen listen, die zij niet in het werk stellen om
hem het leven onaangenaam te maken, en ouders,
die zwak cn onvoorzigtig genoeg zijn om hunne
klagten aan te hooren en hunne beschuldigingen te
ontvangen, tegen hem in te nemen. Indien ik bij
deze verdrietelijkheden, waarmede men den ongeluk-
kigen onderwijzer bijna dagelijks overstelpt, de ver-
veling voeg, welke van het eerste onderwijs onaf-
scheidbaar is; en vooral wanneer hij bemerkt, dat
hij niet rekenen moet op de belooning, welke zijn
hart het meest streelde, namelijk de leerzaamheid,
de vorderingen en de dankbaarheid zijner leerlingen,
dan zal men zich niet verwonderen, dat goede on-
derwijzers zoo zeldzaam te vinden zijn. Ik voor mij
verwonder mij slechts over eene zaak, namelijk,
dat men nog middelmatige vinden kan.
Ik ken slechts twee beweegredenen, die een' mensch,
welke bekwaamheden bezit, kunnen overhalen om
een kind, dat het zijne niet is, op te voeden; na-
melijk : het eigenbelang, of de gehechtheid aan do
familie , waarvan hij lid zal worden. De eerste be-
weegreden , hoewel vrij algemeen, heeft iets ver-
nederends , dat, mijns inziens, zich niet vereenigt met
de gevoelens cn de denkwijze, die ik bij den man,
waarvan ik spreek, zou willen vinden ; en wat men
cr ook van zeggen moge, ik ben verre van te ge-
looven, dat hij, die in eene opvoeding alleen het
voordeel ziet, dat hij daarvan trekken zal, dezelve
ooit goed volbrenge. Ongetwijfeld is het billijk,
dat zijn werk beloond worde :