Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
lijkheid van den onderwijzer, en vooral over dei?
dikwijls noodloltigen invloed, dien de ouders hebben
uitgeoefend op de leerwijze, die hij zich had voor-
gesteld te zullen volgen! Ik heb dit onderwerp reeds
aangeroerd; ik zal later op hetzelve terugkomen.
Ik zou dus willen, dat men eenen onderwijzer niet
beoordeelde naar de uitkomsten eener reeds door
hem voltooide opvoeding. Dat deze goed of kwaad
uitgevallen zij, dit is geene reden om hem met regt
te beoordeelen. Door zijne schriften en zijne ge-
sprekken tc bestuderen, leert men zijne bekwaam-
heden schatten; door met hem te leven, leert men
zijne wijze van zijn en zijne zeden kennen. Maar
dit onderzoek vereischt eene zeer zeldzame hoedanig-
heid, namelijk gezond oordeel en een scherp ver-
sland; daartoe zijn ook kundigheden noodig; want
om over de verdiensten van eenen anderen te oordee-
len, moet men zelf daarvan niet ontbloot zijn; daar-
toe behoort tijd en overweging; de gevolgen eener
slechte keus zijn te gevaarlijk, dan dat men daarbij
achteloos of met overhaasting te werk zou gaan.
Ik ontveins mij niet, dat een onderwijzer, zoo
als ik hem beschreven heb, moeijelijk te vin-
den is; maar de redenen, die ik heb opgegeven,
zijn de eenige niet. Ik zal de andere met vrijmoe-
digheid en vooral met eene volkomene vrijheid bloot-
leggen. In alle standen zijn er in het leven vele
omstandigheden , waarin de mensch gedwongen is zij-
ne klagten te onderdrukken, zijne ketens te verber-
gen , en in stille te weenen: maar deze positie
is de mijne niet, en ik kan zonder aarzelen datge-
ne, wal ik aan de dankbaarheid cn aan de Maar-