Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
leii heeft: hen voorgaande op eenen weg, dien hij
nimmer nog betreden heeft, of weliis wendingen
hij vergeten had, herkent hij dezelve, en hij ver-
licht en bestuurt hen.
Men verlangt vrij algemeen, dat een onderwijzer
in het onderwijs geoefend zij en reeds eene op-
voeding hebbe voltooid. Ik beschouw dit ook als
goed, maar het kan niet strekken tot eene voorwaar-
de van zijne aanneming, want welk regt zou hij
hebben gehad om de eerste te volbrengen? Hij
moet toch beginnen. Welke is overigens de beweeg-
reden van deze begeerte? Het is om zijn werk te
beoordeelen, en zijne verdiensten te waarderen naar
die van den leerling, welken hij gevormd heeft. Dit
onderzoek is niet gemakkelijk, en de gevolgtrekkin-
gen, die men daaruit zou afleiden, zouden somtijds met
de waarheid strijdig zijn. Een leerzaam kind, be-
giftigd met een' goeden aanleg en de liefde tot het
werk, kan en moet zelfs onder de leiding van eenen
middelmatigen onderwijzer goede vorderingen maken;
terwijl een bekwaam en oordeelkundig onderwijzer
dikwijls slechts vergeefsche moeiten zal aanwenden bij
een kind, dat, door zijne ouders bedorven, van ge-
schiktheid en lust tot leeren ontbloot, reeds weet
dat zijne geboorte en zijn vermogen hem gedeeltelijk
voor het gebrek aan onderrigt zullen schadeloos stel-
len. Hoe vele verkeerde oordeelvellingen heeft men
te dien aanzien niet reeds in de wereld verspreid,
bij gebreke van de middelen, voor de opvoeding van
een kind gebezigd, te hebben gekend, en genoegzaam
te hebben kunnen oordeelcn over deszelfs karakter en
geschiktheid over de meerdere of mindere verdienste-