Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
menschcn moer of minder bedekt zijn; en van den
nederigen praïceplor der Latijnsche school tot den
schitterenden hoogleeraar in de welsprekendheid zijn
er velen, die enkel pralen met eene korts verkre-
gene geleerdheid, en die de, eenige uren te voren,
met zorg bestudeerde les schijnen te improviseren,
e Het komt er weinig op aan," zult gij zeggen, c of
deze geleerdheid sedert gisteren of sedert twintig
jaren is verkregen. Het is voldoende dat hij, van
wien ik lessen ontvang, datgene goed kenne, hetwelk bij
belast is mij uit te leggen; dat zijne denkbeelden zuiver
en duidelijk worden voorgedragen; dat zijn verstand het
mijne te hulp kome; dat hij, in plaats van mij zijn oor-
deel voor te zeggen, mij heipe het mijne te vor-
men ; en dat ik, hem zonder inspanning begrijpen-
de , na hem gehoord te hebben, even tevreden
zij over hem als over mij zeiven." Ik weet het
wel, dat dit er weinig op aan komt, en het is
daarom dat ik het voor onnoodig zou beschouwen,
dat een onderwijzer, dien ik gekozen had, een ge-
leerde moest zijn (1). Ik heb gezegd wat ik van
hem eisch; voor het overige zal hij meer weten,
dan hetgeen noodig is om kinderen van acht of tien
jaren te onderwijzen. Naar mate dat zij vorde-
ren, leert hij, of herinnert hij zich wat hij gewc-
(1) In China stelt men een groot belang in de keus van
de onderwijiers. » Een goed gedrag en een goede naam,"
ïegt een Keizerlijk bevel, » moeten de voorkeur genieten
boven degenen , die alleen de verdiensten der geleerdheid zou-
den bezitten, en wier godsdienstigheid en zeden twijfelachtig
louden zyn,"