Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
nc dankbaarheid hebben! Indien hij in zijne jeugd
zijne hartstogten heeft kunnen beheerschen, en zon-
der schipbreuk te lijden eene met klippen gevulde
zee heeft kunnen doorvaren; indien hij later de
onderscheiding, die men aan de verdiensten toekent,
en misschien die eerbewijzingen, welke verschuldigd
zijn aan hem, die zijn vaderland nuttig heeft gediend,
genoten heeft; indien hij, eindelijk, in het ambte-
loos leven teruggekeerd, daar de rust en het geluk
vindt, die het gevolg zijn van een rein en vlekke-
loos leven, van den lust tot studie, van de beoefening
der deugd en van de achting der brave lieden, dan is
het aan u, dat hij al die dierbare voorregten te dan-
ken zal hebben. Hij zal dezelve aanzien als eene
erfenis, die hij aan zijne kinderen moet nalaten en
het goede, dat gij zult gesticht hebben, zich van
geslacht tot geslacht voortplantende, zal voor u en
uwe nakomelingen eene bron zijn van genot, welke
door de genoegens der wereld nooit zal kunnen
worden vervangen.
Ik heb onpartijdig de voordeden en de gebreken,
die in de beide, in gebruik zijnde, leerstelsels gevon-
den worden, aangeduid en tegen elkander overwo-
gen. Nu moet ik nog aantoonen hetgeen ik nuttig
en zelfs noodig acht te zijn, om van de eene nut te
trekken en de andere te vermijden. Het is niet ge-
noeg, dat men het goede kent; men moet de wegen
weten te onderscheiden , langs welke men hetzelve
bereikt, degene kiezen, welke de minste hinder-
palen aanbieden, en dan moedig en krachtig voor-
waarts streven naar een doel, waarvan de dwaling,
de luiheid en de vooroordeelen ons gedurig trachj