Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
zulke zwakke wezens zoo veel loosheid te ontdekken,
om datgene te verkrijgen, wat zij begeeren; zoo veel
listigheid om hunne afhankelijkheid dragelijk te doen
zijn; zoo veel scherpzinnigheid om de gebreken en
de bespottelijkheid hunner ouders en meesters te on-
derscheiden, en vooral zoo veel schranderheid om
hunne nieuwsgierigheid en de kennissen, die zij daar-
aan te danken hebben, te verbergen.
Men kan dus met hen niet genoeg omzigtigheid
gebruiken. Maxima debetur jmeris reverenlia, zegt
juvENALis. Hetgeen van geen gewigt is voor een
volwassen menseh, houdt op dit voor een kind te zijn.
In eenen leeftijd , waarop de aandoeningen van het
verstand en die der ziel eene zoo plotselinge en we-
dcrkeerige gemeenschap hebben, waarop het gevoel
en de gedachte op elkander zoo snel werken en we-
derwerken, grift het kwade zich even snel in het ge-
heugen als het goede, en de indruk daarvan is som-
tijds onuitwischbaar. Hoe vele huisvaders zijn er ook
niet, die alleen aan hunne onbedachtzaamheid de ge-
breken , de ondeugden en het wangedrag van hun
kind te wijten hebben ! Gelooven wij den Kerkvader
AMBROsiüs, wanneer hij zegt: ^d negligenliam palrum
refertur insolentia (iUoriim.
Lezers, vergeeft mij mijne vrijmoedigheid. Maar bij
een zoo gewigtig onderwerp kan ik met de waar-
heid niet transigeren, en mijn besluit is vooruit reeds
genomen wegens de verwijtingen , welke eene billijke
en misschien nuttige strengheid mij van uwe zijde
zou kunnen veroorzaken.
Dat in het gewoel der wereld en in de verstrooi-
jing, welke zij ten gevolge heeft, de daden der men-