Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
hier eene morele kracht, waartegen alle menschelijke
voorzorg schipbreuk lijdt.
Het gevaar is in het ouderlijk huis minder groot,
en de oorzaken zijn van eenen geheel verschillenden
aard. Men vreest, wel is waar, voor een kind
geen makkers, die hem onderrigten en bederven,
noch losbandige werken, welke het gemakkelijk is
van hem verwijderd te houden, noch alles, wat de
zedelijkheid openlijk kwetst; maar dit is niet toerei-
kend om hem te vrijwaren; het vergif is aan zijne
zijde, en werkt met te meer zekerheid, daar deszelfs
bron dezelfde is als die, waar het kind het leven heeft
geput, en waar hij dagelijks de lessen ontvangt,
die zijne zwakheid zoo noodig heeft. De gesprekken
en het gedrag zijner ouders zijn valstrikken, die voor
hem te gevaarlijker zijn, hoe meer ontzag en liefde
hij voor hen heeft.
Velodus et dtius nos
Cornmpunt viliorum eocempla domestica
Magnis cum subemt animos auctoribus.
horatiüs.
De kinderen, wier verstand in zekere opzigten
somtijds zoo achterlijk schijnt, zijn in andere veel
vroeger rijp, dan men algemeen wel denkt. Hunne
nieuwsgierigheid oefent zich vroeg op alles, wat hen
omgeeft; zij passen dezelve niet toe op hun onder-
wijs, waarvan zij het nut nog niet gevoelen; maar zij
bedienen zich van haar in alles, wat hen aangaat en
wat hen persoonlijk betreft; wanneer men hen lang
en met oplettendheid gadeslaat, is men verbaasd bij