Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
haar bestaat er geene goede opvoeding. Ik neem
hier het woord zeden niet in deszelfs algemeensten
zin: ik bedoel, voor alsnu , alleenlijk die onschuld,
het schoonste sieraad der jeugd, en welker verlies
gevolgen heeft, die niet minder gevaarlijk zijn voor
hare grondbeginselen, als noodlottig voor hare ge-
zondheid.
Indien ik aan de huisselijke opvoeding in dit op-
zigt den voorrang geef boven de andere leerwijze,
dan ben ik wel verre van te wanen, dat zij zon-
der gevaren zij; zij heeft er zeer groote; maar men
kan dezelve vermijden, terwijl het mij bij de laat-
ste onmogelijk voorkomt, zich daarvoor te behoe-
den. Zoo dikwijls het aantal leerlingen eenigzins
aanzienlijk is, dan is het toezigt, hoe naauwkeurig,
Iioe stipt dit ook zij, vruchteloos, omdat de oor-
zaken van het kwaad talloos zijn , en zich ieder oogen-
blik hernieuwen. De eerste zijn , ontegenzeggelijk,
die vacantiën van twee of drie maanden, die ten
opzigte van het onderwijs zoo nadeelig zijn, zoo als
wij later zullen aantoonen. Het kind, in de ou-
derlijke woning teruggekeerd, geniet daar eene vrij-
heid, welke dikwijls al te ver is uitgestrekt. Indien
hij daarvan geen misbruik maakt, dan brengt hij
ten minste bij zijne makkers denkbeelden mede, die
hem nog vreemd waren, en welke de vermaken, die
men hem heeft doen kennen, als ook die onge-
bondenheid , welke in de zamenleving zoo gewoon is,
noodzakelijk bij hem moeten opwekken.
Ik weet wel, dat men in eenige familiën, gedu-
rende den tijd der vacantiën, tracht bij de jonge
lieden den lust tot studie te onderhouden, en voor-