Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
bijaldien gij niet len spoedigste , door vlijtig leeren,
den tijd weder inhaalt, dien gij in beuzelingen hebt
verloren, dan zult gij nooit, neen nooit, iets
van KAUEL verkrijgen." De geschiedenis der Ne-
(lerlamlen zal over hetzelfde onderwerp eenen schoonen
trek opteekcncn , welken ik mij niet onthouden kan hier
te laten volgen. In de maand April 1823 legde
de Kroonprins, onze tegenwoordige Koning, den
eersten steen eener Kaserne in ilcn Haag. Het Plaat-
selijk Bestuur had in den beginne den Vorst ver-
zocht, dat hij aan Hoogstdeszelfs oudsten zoon de-
ze plegtigtigheid mögt laten verrigten. Neen, ant-
woordde Z. K. H. de Prins van Oranje, bederven
wijf hem niet door al te vroege eerbewijzingen.
Hu zal vroeg genoeg weten, dat hu vorst is,
en ik wenscn, dat iiij de pligten van dien stand
leere, voordat hij er de hoogheid en den luister
van kent.
Men heeft hierboven gezien, dat het gevaar, waar-
van ik spreek, bij de openbare opvoeding niet te
vreezen is. Ik beken, dat, alles gelijk staande, een
kind, hetwelk de school verlaat, minder geleerd is
dan dat, hetwelk te huis is onderwezen ; maar wat
beter is, hij weet te leven en hoe hij zich jegens
zijne evenmenschen moet gedragen: de een ziet
ieder oogenblik vreemden hem vleijen en verrukt
zijn over zijne eerste en belagchelijke proeven; aan
den anderen is de vleijerij onbekend , omdat hij al-
leen die loftuitingen ontvangt, welke bij verdiend
heeft. De eene is omringd van ouders, die aan
zijne grillen onderworpen zijn; de andere ziet al-
Jeen makkers, die hem van dezelve weldra weten