Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
zcdclecr gelijk te stellen. Zelfs zou hij den tegen-
woordigen staat onzer zeden, indien de opvoeding
van een kind zich zoowel tot de oefening als tot de
versiering van liet verstand bepaalde, het zoo lang
onderzochte vraagstuk over de voorkeur, welke bet
een of het andere stelsel verdient, naar mijn in-
zien , sedert langen tijd reeds zijn opgelost. En in-
derdaad , heeft, ten opzigte alleen van het onderwijs,
de huisselijke opvoeding het voordeel boven de open-
bare, omdat daar de onderwijzer meester is van zij-
ne leer- cn handelwijze , daar is hij bevrijd van die
noodzakelijkheid om zijne leerwijze algemeen te ma-
ken, welke bestaat wanneer het onderwijs gemeen-
schappelijk moet zijn; daar komen de tijd, de ou-
derdom en de onbekwaamheid der leerlingen zijne
lessen niet bekrimpen en beperken. Maar het on-
derwijs is het minste gedeelte der zorgen, waarvan
de kinderen het voorwerp moeten zijn; zijne ze-
delijke opvoeding is de voornaamste dier zorgen, en
zekerlijk is dit de moeijelijkst te vervullen taak. Eene
grondstelling, waarop ik in den loop van dit werk
dikwijls zal terug komen , is , dat de opvoeding geheel
verschillend is van het onderwijs. Dit laatste is niets,
cn kan, over het algemeen, zonder de eerstgenoem-
de niet bestaan. De ouders, die dezelve met elkan-
der verwarren, zullen van hunne kinderen nooit iets
maken. Ik betwijfel zeer, dat vele onderwijzers dit
doelwit eener goede opvoeding genoegzaam overdacht
hebben, en de noodige middelen weten te bezigen
om hetzelve te bereiken; maar waaraan ik geenszins
twijfel, is, dat in geval een hunner, van den
gewonen weg afwijkende, zijnen leerling voor den