Boekgegevens
Titel: Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Auteur: Franken, G.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 B 4
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204793
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Opvoeding, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedachten over de opvoeding en het onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
ll(!l is oiigclwijlcld reeds een groot kwaad, dat
een kind de school bijna even onwetend, als hij op
dezelve gekomen is, verlate; maar een veel grooter
kwaad is het, dat hij er dikwijls zijne zeden be-
dorven en somtijds zijne gezondheid heeft ondermijnd.
Ik zeg niet, dat dit bijna onherstelbaar ongeluk
altijd plaats vindt; maar de voorbeelden zijn niet
zeldzaam. Hoe vele huisvaders hebben hunne nood-
lottige zorgeloosheid betreurd, en het gevaar voor
hunne kinderen eerst dan gekend, toen het te laat
was om hen daarvoor te bewaren !
Bij alles wat ik tot nu toe heb gezegd over het
openbaar onderwijs, heb ik alleen het oog gehad op
de Gymnasiën, Latijnsche scholen en groote opvoe-
dings - gestichten, waar men gedeeltelijk de oude regels
van onderwijs volgt. In die inrigtingen zie ik ten
minste een plan , oogmerken, pogingen, waarvan de
kracht der zaken alleen de uitwerking komt vernietigen.
Maar wat zal ik zeggen van die kostscholen, waar
de middelen van onderwijs en de zorgen , welke de
jeugd vereischt, van eene beuzelachtige bekrompen-
heid afhankelijk zijn , omdat het eenige doel van hen,
die dezelve besturen, is zich te verrijken? Wat zal
ik zeggen van die bespottelijke prijsuitdeelingen, waar-
bij , om het zwak der ouders tc streelen, al de
leerlingen bekroond worden, en waarvan de bestuur-
der aan een ieder hunner zeggen kan, even als
ENEAS aan zijne gezellen:
Netm ex koe numero mild non donalus abibit?
Wat, eindelijk, zal ik zeggen van die openbare